Het was het jaar 2000, ik weet het nog goed. Ik werkte als personeelsfunctionaris bij Alcides, een pas gefuseerde organisatie voor Kinderopvang en Welzijn. Ik had de afdeling Kinderopvang als aandachtsgebied en ik was blij met mijn baan. Ik had ambitie, deed vreselijk mijn best en soms had ik stress. Het kantoor van Alcides was gevestigd in een voormalige parkeergarage in de K-buurt in Amsterdam Zuid-Oost.

Kenmerkend aan een parkeergarage is dat hij aflopend of oplopend is. Dat betekende dat je bureaustoel naar beneden kon rollen als je bureau ‘tegen de helling’ opstond. De meeste werkplekken hadden een mat onder het bureau zodat je stoel niet je kamer uit danste. Om de één of andere reden lag er bij mijn werkplek niet zo’n mat. Ik had dat natuurlijk helemaal niet door en op een dag had ik als jonge vrouw pijn in mijn rug.

Mijn lieftallige collega van destijds, een juriste waar ik samen mee op de kamer zat, zei dat ik aan yoga moest gaan doen, want dat was goed voor mijn rug. Ik weet nog goed hoe ik dacht over yoga. Echt raar vond ik dat. Maar omdat ik graag als ruimdenkend gezien wilde worden, gaf ik dat niet toe en zocht een yogaschool bij mij in de buurt. In het jaar 2000 was dat nog niet zo makkelijk, want er was niet zoveel te kiezen. (Ook nu is het niet makkelijk een fijne yogaschool te vinden in Amsterdam, want er is te véél keuze…)

Mijn yogaschool vond ik destijds doordat er een getypt briefje waarop yogalessen werden aangeboden in mijn brievenbus aan de Bilderdijkstraat vond. Zo kwam ik bij de  hatha-yogalessen die op het WG-plein werden gegeven. Niks geen poespas of gekkigheid maar met een heel goed effect voor mijn rug. En van rugpijn heb ik dan ook geen last meer gehad tijdens mijn werk in de omgebouwde parkeergarage.

 

Pin It on Pinterest